GGZ en Beeldvorming
Geestelijke Gezondheidszorg
en Beeldvorming

Voorlichting

Een poosje geleden was er een reclamespotje op de televisie van de overheid aangaande mensen met een lichamelijk handicap. Iemand die visueel gehandicapt was kon heel goed telefonist(e) zijn, en iemand in een rolstoel zou een uitstekend IT-er kunnen zijn. Bijna een miljoen mensen zijn (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt, waarbij 2/3 deel lichamelijk en 1/3 psychisch. Waarom wordt er in het spotje (die 4-delig was met 4 verschillende soortenhandicapts) niet iemand met een psychisch handicap naar voren geschoven? Iemand die bijv. dankzij begrip van collega's en iets aangepast werk wel (gedeeltelijk) kan werken.

Sterker nog, in deze spotjes zou ik er voor pleiten juist mensen met een psychisch handicap naar voren te brengen. Immers weinig mensen zijn bang voor iemand met een versleten knie. Maar mensen zijn wel bang, vinden het vreemd, vinden het eng als iemand een psychisch handicap heeft.

Bij voorlichting zouden instellingen als het FNV en CNV en wellicht de ANWB als grootse maandblad een rol kunnen spelen. U zegt waarschijnlijk: wat heeft een psychische aandoening nu met het verkeer te maken? Welnu, van die pillen wordt je niet echt frisser, en er is veel agressie en gekkigheid in het verkeer.

Openheid

In de ideale situatie zouden we een dag mogen hebben waarbij op één dag gezamelijk alle mensen met een psychische aandoening er voor uit konden komen dat zij een psychische aandoening hebben (gehad). Als zovelen namelijk in één keer voor hun aandoening uitkomen, slijt het taboe wellicht. Zeker als prominenten tussen de gelederen zitten. Mike Boddé heeft met zijn boek 'Pil' een goede dienst bewezen aan dit eeuwige taboe. Ook in andere landen wordt er sinds kort wat meer aandacht aan besteed.

Openheid en positieve beeldvorming zorgt er voor dat:

  1. De patiënt niet eeuwig smoesjes dient te verzinnen (of bijv. in het geheim zijn medicatie dient in te nemen). Hoe vaak heb ik niet om allerlei zaken heen moeten lullen op het betaalde werk: bezoek arts/psychiater, therapie, (voormalig) vrijwilligerswerk, waarom je in de WAO zit of niet werkt. Ook op verjaardagen etc: 'Wat doe je nu eigenlijk?' En dan kon je weer een langdurig bedachtte lulsmoes uit je duim zuigen.
  2. De patiënt zich makkelijker kan aanpassen aan het werk, en ook andersom: dat de (werk) omgeving zich een beetje kan aanpassen aan de patient. Dit door bijv. begrip van collega's en een rustige werkplek.
  3. Je als patiënt niet overal op je tenen dient te lopen, maar kan aangeven wat wellicht lastig is. Niet oppotten van alle gevoelens.
  4. Aandoeningen eerder ontdekt en behandeld kunnen worden
  5. Als gevolg van nr. 4: minder mensen die in een arbeidongeschiktheidsuitkering belanden.